Rb. Gelderland 27 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4366

Bevoegdelijk beroep? BPM. Vergoeding van immateriële schade. De rechtbank heeft in twee zaken die onderdeel uitmaken van een cluster van meer dan 700 zaken informatie van verweerder ontvangen, die de rechtbank ertoe heeft aangezet te onderzoeken of de gemachtigde bevoegdelijk beroep heeft ingesteld namens twee belanghebbenden. De gemachtigde heeft verklaard dat de belanghebbenden een machtiging hebben ondertekend ten kantore van een derde, en dat hierdoor mogelijk verwarring is ontstaan. De ene belanghebbende heeft verklaard dat de handtekening onder de machtiging niet van hem is, en de andere belanghebbende heeft te kennen gegeven dat zijn handtekening is ‘gebruikt zonder zijn toestemming’. De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van de belanghebbenden volgt dat de belanghebbenden geen toestemming hebben gegeven voor het namens hen voeren van een (beroeps)procedure. Zelfs al zou ten kantore van de derde een machtiging zijn afgegeven, dan volgt daar nog niet zonder meer uit dat dit een volmacht tot het instellen van een beroepsprocedure betrof. Ook volgt daar nog niet uit dat de volmacht aan de gemachtigde is verleend. De gewenste opheldering is door de gemachtigde niet gegeven. Beroepen niet ontvankelijk. Voor een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ziet de rechtbank geen aanleiding omdat van spanning en frustratie geen sprake kan zijn. Een (beroeps)procedure is door de belanghebbenden namelijk niet beoogd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken