Rb. Gelderland 26 oktober 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6042

Artikel 28c IW, vergoeding Irimie-rente, prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De inspecteur heeft op verzoek van een gemeente teruggaven van omzetbelasting verleend. De inspecteur heeft belastingrente vergoed gerekend vanaf 8 weken nadat het verzoek van de gemeente is ontvangen. De gemeente heeft de ontvanger daarnaast verzocht om een vergoeding van invorderingsrente gerekend vanaf het tijdstip van voldoening, omdat het volgens de gemeente gaat om teruggaven van eerder in strijd met het Unierecht geheven omzetbelasting. Volgens de ontvanger is daarvan geen sprake. De verleende teruggaven zijn deels het gevolg van het herstel van vergissingen in de administratie van de gemeente waarbij de inspecteur geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Voor het overige zijn de teruggaven het gevolg van een herberekening van het zogenoemde mengpercentage, welke herberekening het gevolg is van een aanpassing van nationale administratievoorschriften in het BBV. Het mengpercentage omvat een verdeling van de voorbelasting die drukt op de algemene kosten naar een deel dat aftrekbaar is op de btw-aangifte en naar een deel waarvoor de gemeente een bijdrage uit het Btw-compensatiefonds kan krijgen. Omdat het naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel is op welke wijze het begrip ‘in strijd met het Unierecht geheven belasting’ moet worden uitgelegd, stelt de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de verschuldigdheid van vertragingsrente in deze twee situaties.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken