Rb. Gelderland 26 april 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2142
Eiser is aansprakelijk gesteld voor de aansprakelijkheidsschulden van de betreffende vennootschappen op grond van artikel 36b van de IW. De vordering van verweerder is niet verjaard. Op grond van het vertrouwensbeginsel kan verweerder niet terug komen op de rechtsgeldigheid van de meldingen van betalingsonmacht van de vennootschappen. Er is geen sprake van onbehoorlijk bestuur. Verweerder heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser met het tussenschuiven van een Estlandse vennootschap kon of had moeten weten dat de levering aan die vennootschap een binnenlandse levering was en het nultarief niet van toepassing was. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat, gelet op de procedure inzake de naheffingsaanslag, dit fiscaalrechtelijk niet eenvoudig te duiden was en eiser weliswaar een ervaren autohandelaar is, maar geen omzetbelastingspecialist. Tevens had eiser advies hierover ingewonnen van een externe belastinginspecteur. Het beroep is gegrond en de beschikking aansprakelijkstelling is vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 10 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1240
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4274
- Rb. Gelderland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:355
- HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:530
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2982
- HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6018