Rb. Gelderland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:355

Naheffingsaanslag omzetbelasting. Verjaring, motiveringsbeginsel. Toepassing nultarief, fraude. Aannemelijk is dat de naheffingsaanslag tijdig aan het juiste adres is gezonden. Eiseres verkoopt auto’s, volgens haar stelling naar Estland. Het bewijsrisico ligt bij eiseres dat sprake is van intracommunautaire leveringen. Zij dient haar aanspraak op het nultarief met boeken en bescheiden te onderbouwen. Dat de auto’s op enig moment naar het buitenland zijn gegaan betekent nog niet dat het vervoer naar het buitenland heeft plaatsgevonden in het kader van de leveringen door eiseres. Er zijn geen CMR-vrachtbrieven aanwezig. Volgens verklaring van degene aan wie of door wiens tussenkomst de auto’s werden verkocht werd er in Nederland alleen maar verkocht en was het transport het probleem van de Estse partners. RDW-verklaringen bieden onvoldoende onderbouwingen. Bovendien staat daarop niet de naam van eiseres op als naam van aangever. Voor zover sprake zou zijn van afhaaltransacties, is van belang dat ook afhaalverklaringen zich niet bij de stukken bevinden. Aan getuigenbewijs wordt voorbijgegaan omdat geen bewijs met stukken en bescheiden is geleverd. Er is sprake van fraude. Eiseres heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht en kan alleen al daarom geen gerechtvaardigd beroep op het nultarief doen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken