Rb. Gelderland 25 oktober 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5705
BPM. Voldoening op aangifte. Artikel 16a Wet BPM van toepassing bij import van nieuwe auto's. Eiseres heeft nieuwe auto's uit Duitsland geïmporteerd via een Duitse dealer die de auto's in 2017 eerst op Duits kenteken heeft gezet. Eiseres heeft de auto's in de eerste twee maanden van 2018 ontvangen en bij de RDW gepresenteerd om ze in te schrijven in het Nederlandse kentekenregister. Volgens eiseres kan zij een beroep doen op artikel 16a van de Wet BPM, omdat op het moment van doen van aangifte op de Nederlandse markt vergelijkbare auto's worden aangeboden die wél voor het tarief van 2017 in aanmerking komen. Die vergelijkbare auto's zijn door vergunninghouders die voldoen aan de voorwaarden voor versnelde inschrijving al in 2017 ingeschreven in het Nederlandse kentekenregister terwijl de auto's pas in de eerste twee maanden van 2018 op naam zijn gesteld. De rechtbank stelt voorop dat uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU volgt dat in dit geval getoetst worden aan artikel 110 van het VWEU. Bij toepassing van artikel 110 van het VWEU moet worden getoetst naar het moment van aanbieden op de Nederlandse markt waarbij de (te verwachten) verschuldigde BPM onderdeel uitmaakt van de (onderhandelingen over de) verkoopprijs of daarmee samenhangende verkoopvoorwaarden. In dit geval zijn de auto's van eiseres en die van concurrenten die de auto's met versnelde inschrijving hebben geïmporteerd wat hun objectieve kenmerken betreft gelijk. Het verschil in verschuldigde BPM is uitsluitend terug te voeren op de administratieve hoedanigheid van de importeur. Dit verschil leidt tot een ongelijke behandeling waarvoor verweerder geen rechtvaardiging heeft gegeven en die daarom naar het oordeel van de rechtbank niet verenigbaar is met de volstrekte neutraliteit die artikel 110 van het VWEU voorschrijft. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl