Rb. Gelderland 3 december 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5587
Aanslag IB/PVV. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Artikel 3.41 Wet IB Eiser drijft met zijn echtgenote een vof. De vof heeft in zeven bedrijfsmiddelen € 190.482 geïnvesteerd. In geschil is of bij de bepaling van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij eiser het hele bedrag dient te worden meegenomen en of hij in aanmerking komt voor de daarmee corresponderende aftrek volgens de tabel of dat een correctie nodig is in verband met het aandeel van eiser in de vof. De rechtbank leidt uit het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:785, af dat het gehele bedrag van de investeringen in aanmerking wordt genomen en dat geen correctie voor de hoogte van de aftrek dient plaats te vinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl