Rb. Gelderland 14 maart 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1093
Verweerder heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarbij de door eiser geclaimde verliezen uit onderneming zijn teruggedraaid. De verliezen waren ontstaan doordat eiser, samen met vier andere vennoten in een vof, forse investeringen in machines heeft gedaan en daarop gedurende drie jaar heeft afgeschreven met de fiscale faciliteit van de willekeurige afschrijving (artikel 13 van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001). Vervolgens zijn de vof-aandelen ruisend in persoonlijke BV's ingebracht en daarna zijn de machines verkocht aan een andere BV van eiser. De vof is gestaakt. Uit een boekenonderzoek heeft verweerder geconcludeerd dat de vof uitsluitend is opgericht vanwege de fiscale faciliteit van de willekeurige afschrijving. Primair heeft verweerder gesteld dat geen sprake was van een bron van inkomen. De rechtbank is het, gelet op het aan de vennoten uitgebrachte advies van de belastingadviseur en de overige vaststaande feiten van het geval, eens met verweerder. Vooraf was namelijk duidelijk dat de economische activiteiten van de vof in de tijd beperkt zouden zijn tot de duur van de willekeurige afschrijving. Binnen die periode zou, gelet op de aard van de investeringen en de daarmee gepaard gaande hoge financieringslasten, nooit een positief resultaat kunnen worden behaald. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638
- HR 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3209
- HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU1991
- HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8053
- HR 24 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5707
- Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
- HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6821
- HR 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8763