Rb. Gelderland 5 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:980
Eiseres verblijft in een instelling. Verweerder heeft haar bijstand toegekend naar de norm van een alleenstaande die in een inrichting verblijft. Later heeft verweerder de bijstand verhoogd met een toeslag ter hoogte van het bedrag van de minimum basishuur uit de Wet op de huurtoeslag. Volgens eiseres is de toegekende bijstand niet toereikend. Zij kan daarmee niet in haar noodzakelijke bestaanskosten voorzien. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Verweerder had de bijstand moeten afstemmen op de noodzakelijke bestaanskosten. Met de verhoging van de bijstand met een toeslag ter hoogte van de minimum basishuur heeft verweerder niet voldaan aan zijn afstemmingsverplichting aangezien eiseres ook met de toeslag niet in haar noodzakelijke bestaanskosten kon voorzien. De rechtbank overweegt daarbij dat de norm voor verblijf in een instelling op grond van de Participatiewet niet langer aansluit bij de ontwikkelingen in de zorgverlening en zorgwetgeving. Bij een verblijf in een instelling wordt de zorg en inwoning niet langer altijd in natura verleend. Er zijn verschillende woon- en zorgvormen ontstaan waarbij het mogelijk is dat de zorg en inwoning door verschillende instellingen worden aangeboden. Daar komt bij dat er verschillende regelingen bestaan om de diverse kosten vergoed te krijgen. Eiseres heeft alleen voor de zorg een pgb toegekend gekregen. Voor haar verblijf in de instelling moet zij verblijfskosten betalen voor welke kosten zij geen recht heeft op huurtoeslag of een andere voorziening. Door haar overeenkomst met Herstelcentrum C&S heeft eiseres hogere noodzakelijke bestaanskosten die niet door de toepasselijke bijstandsnorm worden gedekt. Deze norm gaat er immers vanuit dat de zorg en inwoning in natura worden vergoed. De rechtbank heeft begrip voor verweerders standpunt dat het ongewenst is dat een instelling indirect de hoogte van de bijstand kan bepalen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de gevolgen van de onbedoelde tekortkomingen in de wetgeving niet mogen worden afgewenteld op de degene die in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert.
De uitspraak op rechtspraak.nl