Rb. Gelderland 15 februari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:726

Indicatie ondersteuning bij huishoudelijke hulp is door verweerder stapsgewijs afgebouwd naar 105 minuten zwaar huishoudelijk werk en 15 minuten wasverzorging per week over de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij door de omvang van de indicatie niet voldoende wordt gecompenseerd, omdat de omvang van de compensatie niet is gebaseerd op enige objectieve maatstaf. Verder is er geen voldoende onderzoek naar haar behoefte aan ondersteuning verricht. De rechtbank overweegt als volgt. Aan het primaire besluit ligt geen onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, van de Wmo 3025 ten grondslag. Uit artikel 2.3.9, tweede lid, van de Wmo 2015 volgt dat dit onderzoek dwingendrechtelijk is voorgeschreven, ook als er sprake is van een verlenging van een eerder verleende indicatie. Het onderzoek heeft tot doel de aard en de omvang van de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt (opnieuw) vast te stellen. Niet uit te sluiten valt dat deze wijzigen in de loop van de tijd. Verweerder heeft het wettelijk voorgeschreven onderzoek eerst willen verrichten na verlenging van de indicatie én dat verweerder heeft geen nieuwe pogingen heeft ondernomen het onderzoek (het keukentafel-gesprek) opnieuw te plannen, nadat een eerder gesprek door toedoen van eiseres geen doorgang heeft gevonden. Door het ontbreken van een (deugdelijk) onderzoek is de rechtbank van oordeel dat een juiste vaststelling van de ondersteuningsbehoefte van eiseres op het moment dat de indicatie werd verlengd, ontbreekt. Dit klemt temeer omdat ter zitting onweersproken is komen vast te staan dat verweerder de omvang van de ondersteuningsbehoefte, en daarmee de maatwerk-voorziening, niet heeft vastgesteld aan de hand van een objectief normenkader. Beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken