CRvB 9 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP3990

Afwijzing aanvraag om zorg. De Raad is van oordeel dat appellante onvoldoende feitelijke gegevens heeft aangedragen om tot de conclusie te komen dat kan worden gezegd dat de weigering van zorg als bedoeld in de AWBZ tot effect had dat de normale ontwikkeling van haar privéleven ten tijde van belang onmogelijk werd gemaakt. Daarbij speelt de omstandigheid dat appellante ten tijde van belang geen rechtmatig verblijf had in Nederland een rol. Voorts is naar het oordeel van de Raad niet gebleken dat het voor appellante onmogelijk was terug te keren naar het land van herkomst. Naar het oordeel van de Raad kan in die omstandigheden in redelijkheid niet worden volgehouden dat de weigering van zorg als bedoeld in de AWBZ geen blijk geeft van een ‘fair balance’ tussen de publieke belangen betrokken bij de weigering van zorg als bedoeld in de AWBZ en de particuliere belangen van appellant. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het beroep van appellante op artikel 8 van het EVRM niet slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen