Rb. Gelderland 12 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4050

Vorderingen uit onrechtmatige daad, ingesteld door een stichting waarvan het faillissement is geëindigd en haar bestuurder, gericht tegen de voormalig curatoren en het advocatenkantoor waar zij werkzaam waren. Stichting niet-ontvankelijk in haar vorderingen, omdat zij niet meer bestaat als gevolg van het einde van het faillissement door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst en zij dus geen rechtsvorderingen kan instellen. Vorderingen bestuurder eveneens afgewezen, omdat de niet-bestaande stichting zelf geen vorderingsrecht toekomt en dus ook geen vorderingsrecht kan overdragen. Geen grond voor veroordeling van de advocaat van de stichting persoonlijk in de proceskosten (art. 245 Rv). Alleen de bestuurder wordt in de proceskosten veroordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken