Rb. Gelderland 28 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3425
Beëindiging AWBZ-zorg; CIZ stelt zich op standpunt dat forensische zorg voorliggend is op AWBZ-zorg. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij de heroverweging van zijn besluit tot beëindiging van de indicatie voor AWBZ-zorg alle omstandigheden diende mee te wegen en, gelet op de tussenuitspraak van de CRvB van 15 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:289, zich ervan had moeten vergewissen of adequate zorg concreet voorhanden was. De rechtbank is niet gebleken dat die adequate zorg voorhanden was. Dat volgens verweerder de reclassering ten onrechte heeft stilgezeten doet daar niet aan af. De bedoeling van de invoering van artikel 2, tweede lid, van het Bza kan niet zijn dat door een onvoldoende voortvarend handelen van de reclassering de zorgbehoevende van noodzakelijke zorg onthouden blijft. Beroep gegrond, zelf in de zaak voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl