CRvB 15 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:289

Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag indicatie voor ondersteunende en activerende begeleiding op grond van de AWBZ. Op grond van artikel 9a van de AWBZ, in samenhang met artikel 2 van het Zib, is het indicatieorgaan bevoegd om ten tijde in geding ondersteunende en activerende begeleiding te indiceren. De wijziging van artikel 2 van het Zib waarbij forensische zorg wordt uitgezonderd van de te indiceren zorg is op 1 januari 2011 in werking getreden. Dit brengt mee dat CIZ ten tijde van belang in dit geding bevoegd was om voor appellant de gevraagde indicatie te stellen. CIZ heeft zich op het standpunt gesteld dat appellant, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, niet redelijkerwijs was aangewezen op AWBZ-zorg, omdat er feitelijk een andere vorm van zorg beschikbaar was, namelijk forensische zorg. CIZ heeft deze stelling echter niet met feiten onderbouwd en evenmin op andere wijze aannemelijk gemaakt. Opdracht tot herstel gebrek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen