Rb. Gelderland 5 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:604

Eiser is op grond van artikel 40 van de Invorderingswet aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven vennootschapsbelasting. Niet in geschil is dat ten tijde van de vervreemding van de aandelen het vermogen van de BV toereikend was om de op dat moment verschuldigde vennootschapsbelasting te voldoen. Gelet op het arrest van HR 27 juni 2014, nr. 13/03045, ECLI:NL:HR:2014:1525 is, indien het vermogen nadien door onzakelijk handelen is verminderd, van belang of eiser ten tijde van de vervreemding wist of behoorde te weten dat de koper van de aandelen of een derde, door het entameren van buiten de normale bedrijfsuitoefening liggende handelingen, de verhaalsmogelijkheden van de ontvanger illusoir zou maken. Eiser maakt aannemelijk dat van een dergelijk weten geen sprake is. De beschikking aansprakelijkstelling kan niet in stand blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken