Rb. Gelderland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:3678
Precariobelasting. Eiseres is netbeheerder van elektriciteitsleidingen. Eigenaar is een 100% dochter van eiseres. Een rechtsvoorganger van eiseres heeft met een aantal rechtsvoorgangers van verweerder in de jaren ’20 en ’80 overeenkomsten gesloten ter zake van het hebben van elektriciteitsleidingen in gemeentegrond. Op grond van de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2012 wordt niet geheven onder meer ter zake van het hebben van voorwerpen die op grond van een overeenkomst moeten worden gedoogd. De dochter van eiseres wordt als rechtsopvolger onder algemene titel beschouwd. De verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten uit de jaren ’20 zijn na gemeentelijke herindelingen in 1955 en 1999 overgegaan op de gemeente. De gemeente moet derhalve op grond van de overeenkomsten de leidingen gedogen. Deze verplichting omvat slechts een deel van het grondgebied van de huidige gemeente en alleen op dat deel van het grondgebied bestaat een gedoogplicht. De rechtbank legt de overeenkomsten uit de jaren ’80 aldus uit dat deze betrekking hebben op hetzelfde gebied. Een vergoeding van € 0 is geen vergoeding in de zin van de Verordening. De gemeente is bevoegd precariobelasting te heffen voor leidingen in de gebieden die buiten de oorspronkelijke overeenkomsten vallen. Tarief niet onevenredig of willekeurig, geen strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De uitspraak op rechtspraak.nl