Rb. Gelderland 19 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:1087

Rijnvarende; aanvraag; regularisatie op grond van artikel 13 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden. Svb neemt geen inwilligende beslissing met betrekking tot verzoeken om regularisatie zolang de beslissing van de Belastingdienst met betrekking tot eisers verzekerings- en premieplicht niet rechtens onaantastbaar is. De rechtbank duidt de aanvraag van eiser als een verzoek om op grond van het Verdrag vast te stellen van welke staat het recht op eiser van toepassing is en, als dat Nederlands recht zou zijn, om daar op de voet van artikel 13 van het Verdrag van af te wijken in die zin dat Luxemburgs recht van toepassing wordt verklaard. Het verzoek betreft dus niet alleen een verzoek op de voet van artikel 13 van het Verdrag. Dit verzoek had verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet mogen afwijzen op de enkele grond dat over dezelfde vraag al een geschil met de Belastingdienst speelt. De Belastingdienst is immers niet de eerst aangewezene om uitleg te geven aan het Verdrag. Verweerder bepaalt de verzekeringsplicht, de Belastingdienst voert uit en heft de premies. Daarom acht de rechtbank de vaste werkwijze van verweerder om, indien bij de Belastingdienst in het kader van een geschil over de heffing van de premies reeds een procedure hierover loopt, deze af te wachten en zelf geen besluit te nemen over de vraag onder welk recht een rijnvarende is verzekerd, geen grond om het verzoek van eiser af te wijzen. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl