Rb. Gelderland 18 februari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1020
Openbaarheid weg, beperkingen in het gebruik van de weg, uitbreiding van dat gebruik, bordje ‘eigen weg’. De Dries heeft vanaf het begin van de twintigste eeuw open gestaan voor langzaam verkeer, zoals voetgangers, fietsers en handkarren, zodat eiser, gelet op artikel 14 van de Wegenwet, in ieder geval deze verkeersstromen diende, en thans dient, te dulden. Het door eiser in de jaren zestig geplaatste bordje ‘eigen weg’ maakt dat niet anders, omdat ten tijde van die plaatsing het in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder I van de Wegenwet het bedoelde tijdvak van dertig jaar reeds was verstreken. In 1982 is De Dries verhard en verbreed. De rechtbank acht aannemelijk gemaakt dat de gesteldheid van de weg voorafgaand aan deze verharding eraan in de weg stond dat gemotoriseerd verkeer gebruik maakte van De Dries, zodat tot aan 1982 beperkingen dienden te worden aangenomen in het gebruik van de weg als bedoeld in artikel 6 van de Wegenwet. Dit betekent dat eiser in elk geval tot 1982 gemotoriseerd verkeer niet hoefde te dulden. Uit de wetsgeschiedenis, alsook de rechtspraak van de Hoge Raad, bijvoorbeeld het arrest van 23 januari 1998 (NJ 1998, 457), leidt de rechtbank af dat de enkele omstandigheid dat De Dries na de verharding ook voor gemotoriseerd verkeer bruikbaar was en ook sindsdien door gemotoriseerd verkeer wordt gebruikt, nog niet maakt dat De Dries ook voor dat gemotoriseerd verkeer openbaar is geworden. Dat is slechts het geval indien deze toegankelijkheid op de voet van artikel 4, eerste lid, van de Wegenwet tot openbaarheid heeft kunnen leiden. Nu reeds in de jaren zestig ter plaatse een bordje ‘eigen weg’ was aangebracht heeft de toegankelijkheid van De Dries voor gemotoriseerd verkeer niet op de voet van artikel 4, eerste lid, van de Wegenwet tot openbaarheid voor dat verkeer kunnen leiden. Hoewel de plaatsing van dit bordje niet van invloed is op de openbaarheid van De Dries voor zover het langzaam verkeer betreft, heeft deze er wel toe geleid dat het gebruik nadien van die weg door gemotoriseerd verkeer slechts ‘ter bede’ geschiedde, zodat het feitelijk gebruik door gemotoriseerd verkeer in dit geval niet tot openbaarheid van die weg voor dat verkeer kon leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl