Rb. Dordrecht 17 februari 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BW1787

Anders dan eiseres betoogt volgt reeds uit de enkele constatering dat er onjuiste gegevens of aantekeningen zijn geplaatst op controlemiddelen zoals tachograafschijven zonder dat eiseres deze heeft gecorrigeerd in haar administratie, dat zij dit heeft toegelaten als bedoeld in artikel 2.4:4, aanhef en onder a, van het Atbv. De chauffeurs leveren deze controlemiddelen in bij eiseres en in het systeem van de arbeidstijdenwetgeving vervoer is het vervolgens aan haar als werkgever onderzoek te doen naar de juistheid van de daarop door de chauffeurs geplaatste gegevens en aantekeningen. De beleidsregel boeteoplegging Atw en Atbv acht de rechtbank niet onredelijk. Dit laat onverlet dat verweerder gelet op het punitieve karakter van een boeteoplegging telkens per concreet geval dient te beoordelen of de hoogte van de boete volgens het beleid inderdaad in overeenstemming is met de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Gelet daarop faalt het (kennelijke) betoog van verweerder dat hij uitsluitend bevoegd is af te wijken van de beleidsregel boeteoplegging Atw en Atbv in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb. Reeds om die reden komt het bestreden besluit in aanmerking voor vernietiging wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb. De volgens verweerder vereiste controle kan in redelijkheid niet van eiseres worden gevergd vanwege de hoge daaraan volgens eiseres verbonden en door verweerder niet weersproken werklast met dienovereenkomstige personele lasten. Volgt matiging van de boete van € 33.000,- tot € 17.500,-.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen