Rb. Dordrecht 6 januari 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BV8893
Paspoortwet. Weigering verstrekking nieuw vreemdelingenpaspoort. De intrekking van het primaire besluit was niet bevoegd gedaan. Door bekrachtiging is het gebrek hersteld. Uit het proces-verbaal heeft verweerder een gegrond vermoeden kunnen afleiden dat eiseres handelingen heeft verricht dan wel heeft laten verrichten met of met betrekking tot haar vreemdelingenpaspoort die het vertrouwen in reisdocumenten hebben geschaad. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet onevenredig wordt benadeeld door de weigering. Aanleiding daartoe kan niet worden gevonden in de stelling dat zij naar Irak wenst te kunnen reizen. Op grond van artikel 16, vierde lid, aanhef en onder b, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 is een vreemdelingenpaspoort immers geldig voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit, in dit geval Irak. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in redelijkheid het vreemdelingenpaspoort aan eiseres kunnen weigeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl