Rb. Den Haag 9 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6004
De rechtbank heeft in de asielzaak en na sluiting van het onderzoek in de onderhavige zaak op 9 februari 2026, om 17.13 uur, aan verweerder meegedeeld dat de asielzaak wordt aangehouden in verband met de veiligheidsontwikkelingen in Iran. De rechtbank heeft in die zaak verweerder verzocht om binnen acht weken kenbaar te maken hoeveel tijd nodig is om onderzoek te verrichten naar de veiligheidssituatie in Iran en een nader standpunt daarover in te nemen. De rechtbank heeft daarop in deze bewaringszaak op 11 februari 2026 het onderzoek heropend om dit kenbaar te maken aan verweerder. De rechtbank heeft de maatregel toen niet opgeheven; verweerder heeft dat op 12 februari 2026 gedaan. Uit de Afdelingsuitspraak van 11 november 202512, volgt echter dat op 9 februari 2026 duidelijk was dat de vrijheidsontnemende maatregel geen enkel doel meer diende en daarom vanaf die datum onrechtmatig was. De rechtbank had toen moeten opheffen, maar heeft dat niet gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl