Rb. Den Haag 13 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:597

Betrokkene heeft de Belgische nationaliteit en woont in Frankrijk. Hij is handelingsonbekwaam. Zijn zus woont in Nederland en wil betrokkene graag naar Nederland laten verhuizen om hem hier te kunnen verzorgen. Door de Franse rechter is zij in 2022 tot voogd (tuteur) aangesteld over betrokkene. Verzoekster vraagt de kantonrechter om de Franse beslissing in Nederland uitvoerbaar te verklaren. Het verzoek is als verzoek ondercuratelestelling ingediend. Een verzoek tot verlof om een buitenlandse rechterlijke beslissing in Nederland ten uitvoer te leggen dient op grond van de artikelen 985 en 986 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door een advocaat bij de rechtbank te worden ingediend. Hieraan wordt niet voldaan. Voor zover verzoekster een verzoek tot ondercuratelestelling heeft willen indienen, dient ook dat verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. Weliswaar mag van de Hoge Raad op het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (HVV) geanticipeerd worden, maar op grond van artikel 5 en artikel 9 HVV is de rechter in Frankrijk bevoegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken