Rb. Den Haag 5 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30333
uitgestelde toegangsweigering, overlap screening en grensprocedure, werkwijze grensprocedure
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.56055
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. E.P.C van der Weijden).
Procesverloop
Bij besluit van 22 september 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door [persoon A], als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is (telefonisch) verschenen [naam tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Toetsingskader
1 Verweerder kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. Deze maatregel wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang en wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
Uitstel toegangsweigering
2 Het eerste standpunt van eiser is gericht tegen de motivering van de uitgestelde toegangsweigering. Volgens eiser heeft verweerder enkel benoemd dat eiser beschikt over
€ 100,- en geen inkomen heeft. Verweerder heeft verder niet gesproken over het visum. Het is dan onvoldoende duidelijk op basis waarvan eiser niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden.
2.1 Het betoog van eiser dat het besluit tot het uitstellen van de toegangsweigering onzorgvuldig en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd is slaagt niet. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland aan te merken als een handeling in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen afzonderlijk rechtsmiddel kan worden aangewend.
Overlap screening en asielgrensprocedure
5. Eiser voert aan dat de screeningsprocedure nog niet was geëindigd toen de grensdetentie aanving. Volgens eiser is dit onverenigbaar met het Unierecht. In dit kader beroept eiser zich op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2026 waaruit volgt dat de screening en asielgrensprocedure niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden.
5.1 De rechtbank constateert dat in de vrijheidsontnemende maatregel een kruisje is gezet bij vrijheidsontneming ten aanzien van de screeningsprocedure en bij vrijheidsontneming ten aanzien van de asielgrensprocedure. Deze omstandigheden kunnen echter niet naast elkaar bestaan. Uit artikel 1, aanhef en onder a, van de Screeningsverordening volgt immers dat verzoekers die aan de buitengrens om internationale bescherming verzoeken, worden gescreend voordat zij naar een passende procedure worden doorverwezen. Hierin ziet de rechtbank echter geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 voorziet namelijk zowel in een grondslag voor grensdetentie tijdens de screening als tijdens de asielgrensprocedure. Bovendien heeft verweerder ter zitting toegelicht dat het kruisje bij vrijheidsontneming ten aanzien van de screeningsprocedure ten onrechte is aangevinkt. De beroepsgrond slaagt niet.
Werkwijze niet in overeenstemming met het Unierecht
3. Eiser voert verder aan dat de huidige werkwijze van verweerder, waarbij iedere
asielaanvraag die aan de grens wordt ingediend in de asielgrensprocedure wordt behandeld, niet in overeenstemming is met het Unierecht. Volgens eiser wordt de grensprocedure categorisch toegepast waarbij er geen individuele toetsing plaatsvindt. Dit doet geen recht aan het ultimum remedium karakter van de bewaringsmaatregel. Derhalve acht eiser de uitspraak van de Afdeling van 2 september 2026 ondeugdelijke gemotiveerd. Eiser doet een beroep op de tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 15 september 2026, waarin prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de gehanteerde werkwijze.
3.1 Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt het grensbewakingsbelang naar zijn aard in beginsel dat een vrijheidsontnemende maatregel wordt toegepast. Het grensbewakingsbelang is aan de orde nu nog moet worden geoordeeld over het verlenen van toegang tot het grondgebied aan een vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De vaststelling dat grensdetentie nodig is om het grensbewakingsbelang daadwerkelijk te dienen, betekent niet dat in ieder individueel geval automatisch een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd. Verweerder dient steeds te beoordelen of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken en daarom maken dat de maatregel in een concreet geval niet moet worden opgelegd.
3.2 Verder overweegt de rechtbank dat verweerder voorafgaand aan het opleggen van de maatregel geen beoordeling hoefde te maken of de asielaanvraag van eiser zich leent voor behandeling in de asielgrensprocedure en dat de bewaringsrechter zich in beginsel niet inhoudelijk kan uitlaten over de vraag of een asielverzoek in de asielgrensprocedure kan worden behandeld. Verweerder dient de gelegenheid te krijgen om onderzoek daarnaar te doen en een redelijke termijn daarvoor te krijgen. De werkwijze van verweerder waarbij asielaanvragen die aan de grens worden gedaan en waarbij de vreemdeling niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode in beginsel in de asielgrensprocedure worden behandeld en de grensdetentie wordt opgeheven wanneer de aanvraag niet verder kan worden behandeld in de asielgrensprocedure, is in overeenstemming met de Procedureverordening. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toets
4. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie en gevolgen
5 Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Derksen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.