Rb. Den Haag 2 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25597
Het gaat in deze procedure om vorderingen van de Stichting als behartiger van de belangen van patiënten die op de wachtlijst voor gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg staan. De Stichting stelt zich op het standpunt dat de Staat zijn mensenrechtelijke verplichtingen schendt jegens degenen die langer dan de Treeknormen op de wachtlijst voor specialistische GGZ staan. Dit vonnis gaat over de ontvankelijkheid van de Stichting in deze zaak als belangenbehartiger voor de collectieve actie. Verder gaat de rechtbank in op de vervolgstappen in de procedure.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1018c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 3:296 BW3
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 2 EVRM
- Artikel 11 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 12 IVESCR