Rb. Den Haag 4 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2519
Erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands vonnis; Erkenningsverdrag, verzoek/vordering artikel 431 lid 2 Rv, immuniteit van jurisdictie. In 2024 heeft de rechtbank in Kyiv de Russische Federatie op vordering van Luganskgaz, een aardgasleverancier, veroordeeld tot betaling van ruim € 85 miljoen in verband met de schade die zij heeft geleden door de gewapende agressie van de Russische Federatie in Oekraïne en de bezetting van de Oekraïense regio Luhansk. Het verzoek strekt primair tot tenuitvoerlegging van de Oekraïense vonnissen op basis van artikel 985 Rv en verder in verbinding met het Erkenningsverdrag. Subsidiair strekt het verzoek tot veroordeling van de Russische Federatie tot hetgeen waartoe zij in de Oekraïense vonnissen is veroordeeld. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de verzoeken, omdat op grond van het volkenrecht aan de Russische Federatie immuniteit van jurisdictie toekomt voor de gedragingen waarvoor zij in de Oekraïense vonnissen is veroordeeld. De door Luganskgaz naar voren gebrachte feiten en omstandigheden, waaronder de Russische inbreuken op de soevereiniteit van Oekraïne, leveren op dit moment geen aanknopingspunt op om een uitzondering te maken op de aan de Russische Federatie toekomende immuniteit van jurisdictie.
De uitspraak op rechtspraak.nl