Rb. Den Haag 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23361
Mentor van een meerderjarige verzoekt omgangsregeling tussen de meerderjarige en vader. De rechtbank oordeelt dat het bepalen over de omgang tussen de meerderjarige en zijn vader een niet-vermogensrechtelijke en hoogstpersoonlijke aangelegenheid is, waarover de mentor niet zonder meer namens de meerderjarige kan procederen. De mentor wordt niet-ontvankelijk verklaard. Artikelen 8 EVRM; 1:453 BW; 1:458 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl