Rb. Den Haag 30 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21272
Grensdetentie, screening, grensbewakingsbelang. Verweerder kon deze bewaringsmaatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 aan eiser opleggen voordat alle stappen van de screeningsprocedure waren doorlopen. Verweerders keuze voor toepassing van de grensprocedure kan de rechtbank in deze zaak niet beoordelen. Ook kan in deze procedure niet worden beoordeeld of de screeningsprocedure juist, dus volgens de regels van de Screeningsverordening, is doorlopen. Verweerder mocht aan het grensbewakingsbelang een groot en doorslaggevend gewicht toekennen, gezien de vastlegging van dat belang in Europese regelgeving. Feitelijke toelating doorkruist het grensbewakingsbelang.
De uitspraak op rechtspraak.nl