Rb. Den Haag 12 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18648
Eiser heeft een aangevraagd ingediend voor een verblijfsvergunning voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij over voldoende vermogen beschikt en dat dit vermogen duurzaam is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven en dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl