Rb. Den Haag 1 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8011
Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is een bepaling om personen zonder rechtmatig verblijf in bewaring te stellen. Iemand heeft geen rechtmatig verblijf als hij niet valt onder één van de in artikel 8 van de Vw genoemde gevallen. Dat artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw uitsluitend is bedoeld om uitvoering te geven aan de Tri, volgt de rechtbank daarom niet. In het besluit van 31 oktober 2024, op 6 februari 2025 aan eiser uitgereikt, is geconcludeerd dat eiser niet langer verblijfsrecht geniet op grond van artikel 6 of 7 van de Verblijfsrichtlijn. Daarbij is ook getoetst aan artikel 14 van die richtlijn. Dat besluit is een (licht) besluit tot verwijdering, als bedoeld in artikel 15 van de Verblijfsrichtlijn. Eiser heeft daarom niet langer rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw. Hij is daarom terecht op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in bewaring gesteld. Bewaring als middel niet in strijd is met de Verblijfsrichtlijn. Analoge toepassing van atikel 5.1a en 5.1b van het Vb werkt in het voordeel van de Unieburger en dus ook niet in strijd is met de Verblijfsrichtlijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl