Rb. Den Haag 15 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:530

De rechtbank is van oordeel dat eiser in deze procedure onvoldoende heeft weten te overtuigen dat deze recente beoordeling van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2024:2647)) op basis van hetzelfde rapport als het rapport dat door eiser in deze procedure is aangehaald, niet voor juist kan worden gehouden. Dat zittingsplaats Rotterdam in haar tussenuitspraak van 23 december 2024 het rapport anders waardeert dan de Afdeling, en dan in het bijzonder pagina 79, is daarvoor onvoldoende. De minister heeft zich hierover namelijk terecht op het standpunt gesteld dat het enkele feit dat er moeilijkheden bestaan voor asielzoekers om te bewijzen dat hen opvang is geweigerd indien dit mondeling is medegedeeld en dit ertoe kan leiden dat de gerechtelijke procedure niet wordt voortgezet, onvoldoende is om te concluderen dat sprake is van een reële mogelijkheid dat geen effectief rechtsmiddel openstaat tegen de weigering van opvang. Deze informatie is immers te summier en algemeen van aard om, zonder nadere concretisering, te kunnen vaststellen dat sprake is van een structureel en veelvoorkomend probleem.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken