Rb. Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:258
Bewaring ex grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank is van oordeel dat de zware en lichte gronden 3b, 3c, 3e, 4a, 4b, 4c en 4d aan de maatregel ten grondslag kunnen worden gelegd en dat deze, in samenhang gezien, voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en om aan te nemen dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl