ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892

De vreemdelingen hebben de Algerijnse nationaliteit. Volgens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is de bewaring van de vreemdelingen noodzakelijk, omdat zij geen gevolg hebben gegeven aan eerdere terugkeerbesluiten, er een risico bestaat dat zij zich zullen onttrekken aan het toezicht en zij de voorbereiding van hun vertrek of uitzettingsprocedure ontwijken of belemmeren. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 17 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2092, en 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1275, geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije ontbreekt. In deze uitspraak gaat het om de vraag of dat oordeel nog steeds geldt, zoals de vreemdelingen betogen, of dat de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er wel weer zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is, zoals de staatssecretaris betoogt. De staatssecretaris klaagt in zijn enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije ontbreekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken