Rb. Den Haag 8 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17552
Dublin Bulgarije. Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien om aanvullende procedurele waarborgen te bieden aan eiser en ook dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat ten aanzien van Bulgarije van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Ook is de rechtbank van oordeel dat de minister in de gestelde medische situatie van eiser geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvraag inhoudelijk in behandeling te nemen. Zij heeft evenmin aanleiding hoeven zien voor nader medisch onderzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1642
- Rb. Den Haag 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4569
- ABRvS 25 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:717
- Rb. Den Haag 20 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23229
- Rb. Den Haag 11 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18489
- Rb. Den Haag 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17471
- Rb. Den Haag 29 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12255
- ABRvS 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2647
- ABRvS 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359
- ABRvS 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870
- Rb. Den Haag 8 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19301
- Rb. Den Haag 7 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19122
- ABRvS 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348
- ABRvS 3 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2980
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:195