Rb. Den Haag 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17471

Dublin Bulgarije – standaardvoornemen en onvolledig besluit – de rechtbank verbiedt de overdracht aan Bulgarije niet maar vernietigt het overdrachtsbesluit wel - In het besluit is het toetsingskader van artikel 17, eerste lid, Dublinverordening en het beleid dat verweerder voert niet benoemd. Anders dan verweerder ter zitting in reactie hierop heeft aangegeven, betekent de omstandigheid dat verweerder in het voornemen wel een tekstblok hierover heeft opgenomen, niet dat het besluit, waar het voornemen deel van uitmaakt, alsnog deugdelijk is gemotiveerd. Het is immers basaal en wezenlijk dat verweerder aan eiser uitlegt waarom hij zijn asielaanvraag niet behandelt. De rechtbank maakt geen gebruik van haar bevoegdheid om de rechtsgevolgen in stand te laten. De mogelijkheden die de vreemdelingenrechter heeft om een geschil finaal te beslechten, zijn niet bedoeld om het bestuursorgaan te helpen door onzorgvuldige besluitvorming te repareren. De rechtbank zal dus volstaan met het vernietigen van het besluit. Verweerder moet opnieuw beslissen op de aanvraag en moet dat besluit -zelf- voldoende goed motiveren. De rechtbank realiseert zich dat het verweerder aan tijd zal ontbreken om een nieuw overdrachtsbesluit te nemen voordat de uiterste overdrachtstermijn zal verstrijken. Dit leidt niet tot een andere beslissing omdat deze gevolgen van een gegrond beroep eenvoudig hadden kunnen worden voorkomen door de besluitvorming in ook deze Dublinprocedure wél zorgvuldig te laten verlopen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen