Rb. Den Haag 25 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10755
WW; zorgovereenkomst PGB tussen eiser als zorgverlener en zijn moeder als budgethouder; eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan de voorwaarden voor een AOK is voldaan; het in enige mate geven van aanwijzingen en instructies over de uit te voeren werkzaamheden is niet doorslaggevend voor het aannemen van een gezagsverhouding; geen fictieve dienstbetrekking ex art. 5 WW; geen sprake van schending verbod reformatio in peius; geen geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel vanwege uitdrukkelijk voorbehoud over het concrete geval; beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin. Beroep ongegrond. Verzoek schadeverhoeding wegens overschrijden redelijke termijn afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 30 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:676
- CRvB 6 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2182
- CRvB 30 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:481
- CRvB 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:479
- CRvB 15 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2701
- CRvB 4 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:559
- CRvB 31 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4351
- CRvB 7 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3580
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694
- CRvB 14 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3634