Rb. Den Haag 11 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10158
MK. Eenmalige financiële ondersteuning op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten. De rechtbank is van oordeel dat een beslissing van verweerder op grond van de Regeling geen publiekrechtelijke rechtshandeling is. De Regeling en een daarop gebaseerde beslissing zijn namelijk niet op een publiekrechtelijke grondslag gebaseerd, omdat zij niet voortkomen uit een specifiek wettelijk voorschrift. In zeer bijzondere gevallen kan een beslissing van een bestuursorgaan toch als een besluit in de zin van de Awb worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat zo’n bijzonder geval zich hier voordoet. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet heeft aangetoond dat ze veelvuldig en intensief zorg verleende bij een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid en onder b, van de Regeling en daarom niet in aanmerking kan komen voor de eenmalige financiële ondersteuning. Eiseres heeft namelijk alleen huishoudelijke werkzaamheden verricht voor particuliere klanten. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl