Rb. Den Haag 27 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9224
Eiseres is in 2017 gearresteerd en vervolgd vanwege haar betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Zij heeft toen een uitreisverbod en een boete gekregen. Verweerder heeft het relaas van eiseres geloofwaardig geacht. Eiseres is volgens verweerder geen vluchteling, omdat zij haar vrees om opgepakt te worden in Turkije niet aannemelijk heeft gemaakt. Er zijn volgens verweerder geen ‘geringe indicaties' omdat eiseres tweemaal legaal is uitgereisd en zij van 2017 tot haar uitreis geen noemenswaardige problemen zou hebben gehad. Dit acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd. De problemen die aanleiding hebben gegeven voor het vertrek van eiseres hebben zich kort voor haar vertrek voorgedaan: een vriend van eiseres is gearresteerd, en zij vreest daarmee in verband te worden gebracht; eiseres stelt te zijn achtervolgd, en verweerder heeft dit afgedaan als een vermoeden zonder daarvan de redelijkheid te beoordelen. Ten aanzien van een bezoek van politieagenten aan de buren heeft verweerder in het bestreden besluit overwogen dat eiseres enkel vermoedt dat de agenten naar eiseres op zoek waren vanwege haar betrokkenheid bij de Gülen-beweging, maar heeft onvoldoende gemotiveerd waarom die vermoedens volgens verweerder niet aannemelijk zijn. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de ondervraging en het lastiggevallen worden door de werkgever geen geringe indicatie vormt. Verweerder kan niet doorslaggevend vinden dat er geen strafrechtelijk onderzoek loopt omdat dit niet altijd zichtbaar is in het juridische informatiesysteem. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl