Rb. Den Haag 12 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6723

Opvolgende asielaanvraag wegens seksuele geaardheid. Seksuele geaardheid is moeilijk aannemelijk te maken, de geloofwaardigheid daarvan is lastig te beoordelen en dit kan naar zijn aard ook nagenoeg alleen met verklaringen plaatsvinden. De verklaringen van eiseres zijn in de eerste asielprocedure bovendien ongeloofwaardig gevonden. Eiseres is er in deze opvolgende asielprocedure daarom mede van afhankelijk of zij haar verklaringen over haar seksuele geaardheid mogelijk voldoende feitelijk kan maken. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat de staatssecretaris eiseres daarbij onvoldoende heeft geholpen. Er waren namelijk actuele feiten en omstandigheden bekend waarover de staatssecretaris verder met eiseres in gesprek had kunnen en moeten gaan. Dat is niet gebeurd en dat is onzorgvuldig. Daarom vindt de rechtbank dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres haar seksuele geaardheid niet alsnog aannemelijk heeft gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken