Rb. Den Haag 19 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3695
Verlengingsbesluit derdelanders Oekraïne – De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats doet vandaag uitspraak in drie procedures waarin de centrale rechtsvraag is of de tijdelijke bescherming die reeds aan individuele ontheemden is verleend doordat door de staatssecretaris tot 19 juli 2022 toepassing heeft gegeven aan de zogenoemde “facultatieve bepaling”, is verlengd door het Verlengingsbesluit dat de Raad van de EU op 23 oktober 2023 heeft genomen. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft in drie uitspraken van 30 augustus 2023 geoordeeld dat ontheemden zoals eiser onder de werkingssfeer van de RTB zijn gebracht en vanaf dat moment de rechtspositie van deze individuele ontheemden wordt beheerst door de RTB en het Uitvoeringsbesluit en zij hun tijdelijke bescherming en verblijfsrecht aan de RTB ontlenen. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 17 januari 2024 dit oordeel bevestigd, maar ook overwogen dat de tijdelijke bescherming van deze ontheemden van rechtswege vervalt per 4 maart 2024 omdat zij niet onder het Verlengingsbesluit vallen. Ten tijde van de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats was het Verlengingsbesluit nog niet genomen. De rechtbank heeft het Verlengingsbesluit dus ook niet bij haar eerdere uitspraken kunnen betrekken. Nu kan de rechtbank dat wel en nu zal de rechtbank daartoe ook overgaan omdat de rechtbank het geschil tussen partijen dient te beslechten. De rechtbank komt op grond van de bewoordingen van het Verlengingsbesluit, de systematiek van de RTB, Uitvoeringsbesluit en het Verlengingsbesluit en de doelstelling van het Verlengingsbesluit -anders dan de Afdeling- tot de conclusie dat de tijdelijke bescherming niet van rechtswege is beëindigd op het moment dat het Verlengingsbesluit is genomen. Het Verlengingsbesluit verlengt de duur van de tijdelijke bescherming van eenieder aan wie reeds tijdelijke bescherming was verleend. Eiseres ontleent dus nog steeds tijdelijke bescherming aan de RTB. De rechtbank herhaalt in wezen haar eerdere oordeel dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die middels toepassing van de facultatieve bepaling onder de werkingssfeer van de RTB zijn gebracht alleen op hetzelfde moment en op dezelfde wijze als die van andere ontheemden kan worden beëindigd. De rechtbank zal zich niet tot het Hof wenden om prejudiciële vragen te stellen omdat de rechtbank niet twijfelt aan de door haar gegeven uitleg van het Unierecht. De rechtbank verklaart het beroep tegen het terugkeerbesluit dat is genomen na de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 gegrond. Dit betekent dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het gehandhaafde beroep tegen het ingetrokken besluit en de daarin opgekomen rechtsvragen. Omdat het rechtmatig verblijf voortduurt, heeft eiseres nu ook geen belang bij een beoordeling van de aard van het verblijfsrecht en de mogelijke aanspraken die zijn opgebouwd in de periode dat een ontheemde tijdelijke bescherming krachtens de RTB geniet. Omdat het TKB wordt vernietigd, dient de signalering van eiseres in het SIS te worden verwijderd. Verweerder is daartoe gehouden maar doet dit niet uit eigen beweging. De rechtbank draagt verweerder daarom expliciet op om de SIS-signalering te verwijderen. De rechtbank zal in deze procedure ook niet het standpunt van eiseres dat zij behoort tot een categorie ontheemden aan wie verplicht tijdelijke bescherming moet worden geboden beoordelen. Eiseres heeft geen vertaling van de documenten waarmee zij dit standpunt wil onderbouwen overgelegd. Dit betekent dat de rechtbank nu niet kan vaststellen of eiseres tijdelijke bescherming heeft vanwege haar gestelde huwelijk. De rechtbank kan wel in deze procedure vaststellen dat de tijdelijke bescherming die aan haar is verleend omdat zij door verweerder door toepassing van de facultatieve bepaling onder de werkingssfeer van de RTB is gebracht, niet van rechtswege is geëindigd. De rechtbank acht het meer in het belang van eiseres om vast te stellen dat de tijdelijke bescherming en dus het rechtmatig verblijf van eiseres voortduurt in plaats van -wellicht- een motiveringsgebrek vast te stellen en verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen. Eiseres ontleent bovendien dezelfde rechten aan de tijdelijke bescherming als ontheemden aan wie verplicht tijdelijke bescherming moet worden geboden. Beroep tegen het terugkeerbesluit gegrond, gehandhaafde beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:33
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:34
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4632
- Rb. Den Haag 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12912
- Rb. Den Haag 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12916
- Rb. Den Haag 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12919