Rb. Den Haag 18 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19888

beroep ongegrond, verzoek om schadevergoeding afgewezen (NL24.42852) en kennisgeving niet-ontvankelijk en verzoek om schadevergoeding afgewezen (NL24.43887) Bewaring, artikel 6, derde lid Vw De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de lange duur van de maatregel in strijd is met artikel 9 van de Opvangrichtlijn. Ondanks vaststaat dat de rechter niet binnen vier weken uitspraak zal doen op eisers beroep in de asielprocedure omdat het asielberoep pas op 6 januari 2024 wordt behandeld op zitting, maakt dit de maatregel niet onrechtmatig. De rechtbank sluit hiervoor aan bij de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2024; bij dergelijke omstandigheden is geen sprake van een vertraging in de administratieve procedure die verband houdt met de in artikel 8, derde lid, van de Opvangrichtlijn genoemde redenen voor vrijheidsontneming, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, van de Opvangrichtlijn. De rechtbank kan daarnaast niet vooruitlopen op een beslissing in de procedure over het recht van eiser om het grondgebied te betreden, die samenvalt met de definitieve beslissing op het asielberoep. Verder heeft verweerder in de omstandigheden van eiser ook geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. Het beroep in zaaknummer NL24.42852 is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Het beroep in zaaknummer NL24.43887 is niet-ontvankelijk en het verzoek om schadevergoeding wordt ook afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken