Rb. Den Haag 11 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16722
"Niet in geschil is dat eiser aan de grens asiel heeft aangevraagd. Grensdetentie is toegestaan als is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 8, derde lid, aanhef en onder c, van de Opvangrichtlijn. In dit geval staat vast dat de rechter niet binnen vier weken uitspraak zal doen op eisers beroep in de asielprocedure. De behandeling op zitting van dat beroep is gepland zeven en een halve week na indiening ervan en tien weken nadat aan eiser de maatregel is opgelegd. Dit maakt niet dat de maatregel daarom niet langer kan voortduren. De rechtbank wijst op de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2024. De vertraging in de behandeling van eisers beroep en verzoek om een voorlopige voorziening is ontstaan in een gerechtelijke procedure en niet in een administratieve procedure. Daarbij is de duur van de maatregel op dit moment niet zodanig lang, dat alleen al daarom het belang van eiser zwaarder weegt dan het grensbewakingsbelang dat verweerder heeft bij handhaving van de maatregel. De maatregel duurde op het moment van het sluiten van het onderzoek in het beroep tegen die maatregel immers 27 dagen. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij niet vooruit kan lopen op een beslissing in de procedure over het recht van eiser om het grondgebied te betreden, die samenvalt met de definitieve beslissing op het asielberoep. Als eiser meent dat de maatregel onrechtmatig voortduurt, staat het hem vrij daartegen een (vervolg)beroep in te dienen."
De uitspraak op rechtspraak.nl