Rb. Den Haag 8 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18373
Ophouding op verkeerde grondslag – Anders dan voorheen kwalificeert de rechtbank de ophouding reeds als onrechtmatig als de ophouding op de verkeerde grondslag heeft plaatsgevonden – de Afdelingsjurisprudentie over de belangenafweging die plaats moet vinden bij de rechtmatigheidsbeoordeling van de bewaring als er “gebreken” in het voortraject zijn vastgesteld, is niet van toepassing indien uitsluitend tegen de ophouding beroep wordt ingesteld en er geen inbewaringstelling is gevolgd aansluitend aan de beëindiging van de ophouding. Het is in dit geval dan ook niet relevant dat uit het dossier blijkt dat eiser wel op een andere grondslag had kunnen worden opgehouden en het is ook niet relevant dat de ophouding op beide grondslagen dezelfde maximale duur kent. De rechtbank komt, indien uitsluitend beroep is ingesteld tegen de ophouding, ook niet toe aan de beoordeling of de verschillende ophoudingsgrondslagen andere of meer bevoegdheden meebrengen voor verweerder en of deze bevoegdheden ook daadwerkelijk zijn aangewend.- Artikel 94, eerste lid, Vw ziet niet op een beroep tegen de ophouding, een beroep tegen de ophouding wordt dus niet tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding, een dergelijk verzoek moet uitdrukkelijk worden gedaan. – anders dan voorheen zal de rechtbank in beginsel € 130,- Sv toekennen bij een onrechtmatige ophouding en niet tot matiging overgaan vanwege de beperkte duur van de ophouding. – de rechtbank zal in deze procedure niet de opgeworpen principiële rechtsvraag beoordelen of de rechtbank de rechtmatigheid van de ophouding zo nodig ook ambtshalve beoordeelt – er staat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel open gelet op artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw. – beroep gegrond, PKV & Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl