Rb. Den Haag 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18369
Uit eisers verklaringen tijdens de asielprocedure blijkt dat hij traditioneel getrouwd is met een minderjarige met wie hij seks heeft gehad toen zij twaalf jaar was. Volgens verweerder heeft eiser daarmee een absoluut niet-politiek misdrijf begaan en is artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing. Verweerder heeft zijn beoordeling verricht aan de hand van de volgende elementen: 1) de aard van het gepleegde feit/handeling, 2) de omvang van de gevolgen c.q. de schade die is teweeggebracht 3) de strafmaat, 4) internationale (rechterlijke) consensus dat het gepleegde feit is aan te merken als ernstig misdrijf. 5) de gevolgde strafprocedure. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarmee een juiste beoordeling gemaakt en zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser een ernstig niet-politiek misdrijf heeft gepleegd. Ook is voldaan aan het vereiste van ‘knowing participation’ en kan niet worden gevolgd dat de 1F-tegenwerping disproportioneel is. Ten slotte heeft verweerder aan eiser ook een besluit tot signalering mogen opleggen. Eiser vormt namelijk nog altijd een actuele bedreiging voor de openbare orde. Hij heeft na het gepleegde 1F-misdrijf geen berouw en/of verantwoordelijkheidsbesef getoond.
De uitspraak op rechtspraak.nl