Rb. Den Haag 15 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1748

De rechtbank komt in de tussenuitspraak tot het oordeel dat de Staatssecretaris de verklaringen van eiseres over huiselijk geweld ten onrechte niet als relevant element heeft aangemerkt. Ook oordeelt de rechtbank dat de regeling van 27 maart 2020 waarin Armenië als veilig land van herkomst is aangewezen, inclusief de herbeoordeling van 26 april 2022 niet voldoet aan de wettelijke vereisten en onverbindend is omdat daarin het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanboel) niet is betrokken. De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege schending artikel 3:2 en 3:46 Awb, vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet vanwege de aard van de aan het bestreden besluit klevende gebreken aanleiding de staatssecretaris de gelegenheid te bieden om deze te herstellen, eiseres vervolgens opnieuw te horen en een nieuwe integrale geloofwaardigheidsbeoordeling te verrichten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken