Rb. Den Haag 25 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14834

Het gaat in deze procedure om vorderingen van Greenpeace Nederland als behartiger van de belangen van de bevolking van Bonaire en om gelijkluidende vorderingen van acht individuele eisers die geraakt worden door klimaatverandering op Bonaire. Eisers voeren aan dat de Staat zijn zorgplicht jegens de bevolking van Bonaire schendt door enerzijds (a) onvoldoende maatregelen te treffen om hen te beschermen tegen de gevolgen die klimaatverandering nu al heeft en bij de te verwachten verdere opwarming van de aarde nog zal hebben, en anderzijds (b) onvoldoende te doen om de emissies vanaf het Nederlandse grondgebied zodanig te beperken dat deze in lijn zijn met wat op grond van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en – onder meer – de afspraken uit het Parijs Akkoord van Nederland mag worden verwacht in de mondiale opgave om de opwarming van de aarde tot maximaal 1.5 graden te beperken. Dit vonnis gaat over de ontvankelijkheid van Greenpeace Nederland in deze zaak als belangenbehartiger voor de collectieve actie en over de ontvankelijkheid van de individuele eisers in deze procedure naast Greenpeace Nederland. Verder gaat de rechtbank in op de vervolgstappen in de procedure.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken