Rb. Den Haag 19 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11372

Tussenuitspraak MK Dublinverordening België. De rechtbank is op grond van de beschikbare informatie van oordeel dat er sprake is van concrete aanwijzingen dat alleenstaande, meerderjarige, niet-kwetsbare mannelijke asielzoekers bij overdracht aan België een reëel risico lopen om langdurig verstoken te blijven van opvang en, daarmee, om buiten hun eigen wil en keuzes om terecht te komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie, waardoor zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften. Bij deze stand van zaken ligt het op de weg van verweerder om te motiveren dat ondanks deze concrete aanwijzingen ten aanzien van België nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De rechtbank is verder van oordeel dat zij – in afwijking van het arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934 – wél dient te beoordelen of een vreemdeling die in het kader van een Dublinoverdracht een reëel risico loopt op indirect refoulement. In het geval van eiser is er echter niet gebleken van een dergelijk risico. De rechtbank stelt verweerder met deze tussenuitspraak in de gelegenheid de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen en draagt verweerder op dat te doen door nader onderzoek te verrichten in België naar de opvangsituatie voor alleenstaande, meerderjarige, niet-kwetsbare mannelijke asielzoekers en, vervolgens, aan de hand van de resultaten van dat onderzoek deugdelijk te motiveren dat ten aanzien van België ook voor wat betreft die categorie asielzoekers nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken