Rb. Den Haag 6 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9463

Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 178.000. Eiser is huurder van de woning. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een procedure tot wijziging van de huurprijs van zijn woning aanhangig heeft gemaakt. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat eiser een direct financieel belang heeft bij deze zaak, zodat artikel 17 van de Wet WOZ niet strekt tot bescherming van het belang van eiser. Ook wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat op grond van de machtiging van de gemachtigde deze vergoeding toekomt aan de gemachtigde en niet aan eiser, zodat het toekennen van de vergoeding voor eiser geen compensatie vormt. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken