Rb. Den Haag 12 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:826
Opvang. Verstrekkingen. Ontvangen dwangsommen. Eigen bijdrage in de kosten van opvang. Berekening eigen bijdrage en interingsnorm (uit Pw) van 1,5. Ontvangen dwangsom is niet als immateriële schadevergoeding aan te merken. De rechtbank is van oordeel dat de door eiser ontvangen dwangsom niet als immateriële schadevergoeding kan worden aangemerkt. Die dwangsom is geen tegemoetkoming voor het feit dat eiser in de asielprocedure lang heeft moeten wachten op een beslissing en dat dat stressvol voor hem is geweest. De dwangsom die aan eiser is toegekend vindt zijn grondslag in artikel 4:17 Awb. Een dergelijke dwangsom heeft uitsluitend als doel het bestuursorgaan te prikkelen tijdig te beslissen en kan daarom niet worden aangemerkt als of gelijkgesteld worden met een schadevergoeding. Mag het COa bij de berekening van de eigen bijdrage een interingsnorm van 1,5 hanteren? Eiser is het niet eens met de door het COa gehanteerde berekeningswijze voor het vaststellen van de eigen bijdrage. Eiser wijst erop dat de berekening is gebaseerd op de interingsnorm uit de Pw. Bij asielzoekers valt de berekening ten opzichte van bijstandsgerechtigden onevenredig zwaar uit, aldus eiser. De rechtbank maakt, aan de hand van de door het COa gehanteerde berekeningswijze, een vergelijking tussen de eigen bijdrage voor een alleenstaande asielzoeker/vergunninghouder en die voor een alleenstaande bijstandsgerechtigde van 21 jaar en ouder. Die vergelijking laat zien dat de eigen bijdrage voor beide groepen nagenoeg even hoog is. De rechtbank wijst er echter op dat de Rva-verstrekkingen voor een alleenstaande asielzoeker/vergunninghouder (€ 475,35 per maand) nog niet eens de helft bedragen van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande van 21 jaar en ouder ( € 1.091,– per maand). Mede omdat het COa de interingsnorm van 1,5 heeft ontleend aan de interingsnorm die bij bijstand wordt gehanteerd, moet inzichtelijk zijn en verantwoord worden dat de uitkomst van de berekening met dezelfde interingsnorm voor een alleenstaande asielzoeker die Rva-verstrekkingen ontvangt toch niet nadeliger uitpakt dan voor een alleenstaande bijstandsgerechtigde. De toelichting van het COa dat de kosten die iemand in de bijstand moet maken hoger zijn dan de kosten van een asielzoeker die verstrekkingen van het COa ontvangt, bijvoorbeeld ten aanzien van woning en voeding, is te algemeen en volstaat als verantwoording niet, alleen al omdat daar tegenover staat dat een bijstandsgerechtigde in aanmerking kan komen voor verschillende toeslagen. Het beroep is gegrond verklaard. Het COa moet een nieuw besluit nemen, waarin het COa concreter en onderbouwd moet verantwoorden waarom het bij de berekening van de eigen bijdrage een interingsnorm van 1,5 hanteert.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 4:8 Awb
- Artikel 4:17 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 3 Wet Coa
- Artikel 12 Wet Coa
- Artikel 1 Reba
- Artikel 2 Reba
- Artikel 5 Reba
- Artikel 1 VW
- Artikel 12 VW
- Artikel 14 VW
- Artikel 28 VW
- Artikel 72 VW
- Artikel 107 VW
- Artikel 31 Participatiewet
- Artikel 34 Participatiewet
- Artikel 3 Rva
- Artikel 9 Rva
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 6 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6662
- Rb. Gelderland 27 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:7084
- Rb. Den Haag 2 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:17072
- ABRvS 17 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3027
- CRvB 15 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3376
- ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560
- CRvB 17 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2154
- CRvB 7 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1429