CRvB 15 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3376
Afgewezen aanvraag om bijstand. Appellant en zijn niet-rechthebbende partner A beschikken over een vermogen boven de voor hen geldende vermogensgrens voor gehuwden van € 12.240,-. Niet aannemelijk dat appellant en A niet konden beschikken over de op hun naam gestelde woningen. De Svb heeft terecht geen aanleiding gezien om bij vermogensvaststelling rekening te houden met de aangevoerde schulden van A. Er is niet voldaan aan de vereisten dat de schulden tijdens de bijstandsverlening opeisbaar zijn en sprake is van een concrete en afdwingbare betalingsverplichting. Svb heeft bij de vermogensvaststelling terecht geen rekening gehouden met de door appellant opgevoerde schulden.
De uitspraak op rechtspraak.nl