Rb. Den Haag 17 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7181

Wahv. Snelheidsovertreding op de snelweg. Verlaging verkeersboete vanwege gewijzigde wetgeving per 1 maart 2022. Volgens jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2023:1997) moet in een geval als dit een (proces)kostenvergoeding worden toegekend voor zowel de fase van administratief beroep als de kantonfase. De kantonrechter acht deze jurisprudentie in strijd met de wet voor zover het gaat om de fase van administratief beroep. Gewijzigde wetgeving is immers volgens de hoogste bestuursrechters geen ‘aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid’, terwijl – ook in Mulderzaken – dit het criterium is voor toekenning van een kostenvergoeding voor de fase van administratief beroep (zie art. 13a lid 1 Wahv jo. 7:28 lid 2 Awb). Volgt afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de kosten voor die fase. Voor de kantonfase geldt dat de betrokkene gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld. Het gaat hier evident om een punt van ondergeschikt belang, namelijk een minimaal gewijzigd inzicht van de wetgever over de boetewaardigheid van de snelheidsovertreding (i.c. vermindering van de verkeersboete met € 5,-). Dit is de maatstaf voor toepassing van artikel 2, tweede lid, van het Bpb. Volgt vermindering van de proceskostenvergoeding voor de kantonfase tot nihil.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken