CBb 5 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW7914
Besluit waarbij een boete is opgelegd wegens een overtreding van artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet. Bij beslissing op bezwaar is de boete herroepen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het College stelt vast dat de onderhavige boete is herroepen wegens een verandering van beleidsinzichten en een (aanstaande) verandering in de toepasselijke wetgeving inzake het rookbeleid en niet wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid van de boete. Naar het oordeel van het College betekent dit dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb om in aanmerking te komen voor een vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Het College heeft voorts geen aanknopingspunt gevonden om te veronderstellen dat aan de herroeping van de boete een andere reden ten grondslag heeft gelegen dan door de minister is verwoord, op grond waarvan alsnog tot een vergoeding van de proceskosten in bezwaar conform artikel 7:15, tweede lid, van de Awb over zou moeten worden gegaan. Dat de minister door zijn handelswijze een vergoeding van proceskosten in bezwaar heeft willen omzeilen, is niet aannemelijk geworden. Het College is derhalve van oordeel dat de minister het verzoek van appellante om een vergoeding van de proceskosten in bezwaar terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl